Data & AI22/09/2026
TL;DR
De vraag naar datasoevereiniteit groeit in Europa, maar organisaties blijven in de praktijk sterk afhankelijk van Amerikaanse cloudproviders. Europese alternatieven bestaan, alleen missen ze voorlopig de schaal en maturiteit om echt tegengewicht te bieden. Tegelijk zorgen wetgeving zoals de CLOUD Act en de gevolgen van Schrems II ervoor dat juridische controle niet altijd volledig Europees is, zelfs wanneer data in Europa staat. Toch kunnen organisaties vandaag al stappen zetten richting meer strategische autonomie, door afhankelijkheden te beperken, governance te versterken en bewuster om te gaan met data‑ en cloudkeuzes.
Europa spreekt steeds vaker over datasoevereiniteit: de ambitie om zelf te bepalen waar data staat, wie er toegang toe heeft en onder welke wetgeving die valt. Het is een begrijpelijke reflex in een wereld waar data strategisch kapitaal is geworden. Maar achter die ambitie schuilt een andere realiteit: terwijl Europa streeft naar meer controle, draait een groot deel van onze digitale infrastructuur nog altijd op technologie en diensten van Amerikaanse hyperscalers. Die afhankelijkheid is diep verweven in hoe organisaties vandaag werken.
Europa wil autonomie, maar de markt vertelt iets anders
Wie naar de Europese cloudmarkt kijkt, ziet meteen hoe groot het verschil in slagkracht is. Amerikaanse hyperscalers hebben meer dan 70% van de markt in handen, terwijl Europese aanbieders samen rond de 10 tot 15% blijven hangen.1, 2 Dat komt niet door een gebrek aan kwaliteit, maar door jarenlange voorsprong in schaal, investeringen en productontwikkeling.
Die voorsprong werkt door in alles wat organisaties vandaag nodig hebben: AI‑diensten, developer tooling, security‑integraties, data‑analyseplatformen, … Het zijn precies die lagen waar de afhankelijkheid het sterkst voelbaar wordt en waar Europese alternatieven nog niet dezelfde breedte of maturiteit bieden. Daardoor voelt de keuze voor Amerikaanse technologie voor veel organisaties minder als een voorkeur en meer als een vanzelfsprekendheid.
Extraterritoriale wetgeving maakt echte soevereiniteit moeilijk
Ook wanneer data in een Europees datacenter staat, betekent dat niet automatisch dat de controle volledig Europees is. De grote cloudproviders in Europa zijn Amerikaanse bedrijven, en vallen daardoor onder Amerikaanse wetgeving. Via de CLOUD Act kunnen Amerikaanse autoriteiten toegang vragen tot data die door deze bedrijven wordt beheerd, ongeacht de fysieke locatie van die data. Tegelijk maakt de Schrems II‑uitspraak doorgifte naar de VS juridisch onzeker.3 Daardoor ontstaat een vreemde situatie: Europese organisaties kiezen massaal voor Amerikaanse cloudproviders, maar volledige datasoevereiniteit kunnen ze binnen dat model nooit helemaal garanderen.
Europese tegenbewegingen: ambitieus, maar versnipperd
Europa probeert wel degelijk stappen te zetten richting meer autonomie, maar de verschillende initiatieven zitten in uiteenlopende fases en de schaal en samenhang ontbreken voorlopig.
De belangrijkste tegenbewegingen van vandaag:
- Gaia‑X: Opgezet als een Europees cloudecosysteem, maar het project verloor tempo door governance-kwesties en de betrokkenheid van Amerikaanse bedrijven in werkgroepen.4
- IPCEI CIS: Een grootschalig investeringsprogramma dat miljarden vrijmaakt voor Europese cloudinfrastructuur. Veel potentieel, maar nog in een vroege ontwikkelingsfase.
- EU Cloud Sovereignty Framework: Een nieuw raamwerk dat duidelijker definieert wat “soeverein” betekent en werkt met SEAL‑labels. Slechts een beperkt aantal aanbieders voldoet vandaag aan de hoogste niveaus.5
Samen tonen deze initiatieven dat Europa de noodzaak ziet, maar dat de weg naar een volwaardig, schaalbaar en concurrerend alternatief nog lang is.
Wat organisaties vandaag wél kunnen doen
Volledige datasoevereiniteit is voor de meeste organisaties niet haalbaar, maar strategische autonomie wél. Het gaat dan minder om alles zelf willen controleren, en meer om bewust kiezen waar je afhankelijkheid accepteert en waar niet. Deze maatregelen helpen om die balans te vinden:
- Werk met een multi‑cloudstrategie
Door workloads te spreiden over meerdere providers verklein je de afhankelijkheid van één speler en creëer je meer flexibiliteit. - Voorzie een realistisch exit‑plan
Denk vooraf na over hoe je data, workloads en configuraties kunt migreren als dat nodig is. Dat maakt overstappen haalbaar in plaats van theoretisch. - Versterk contractuele afspraken
Leg duidelijk vast wie toegang heeft tot welke data, hoe logging en auditing worden geregeld, en welke garanties je krijgt rond datalokaliteit. - Gebruik eigen key‑management
Encryptie met sleutels die je zelf beheert, beperkt de impact van extraterritoriale wetgeving en verhoogt de controle over gevoelige data. - Segmenteer workloads bewust
Niet alles hoeft in dezelfde cloud te draaien. Kritieke of gevoelige workloads kunnen elders staan dan generieke applicaties. - Zorg voor een helder governance‑model
Definieer wie welke beslissingen neemt, hoe risico’s worden beoordeeld en hoe je vendor lock‑in actief monitort.
Conclusie
Datasoevereiniteit blijft een belangrijk streefdoel, maar organisaties werken vandaag nog altijd vooral met Amerikaanse cloudtechnologie. Europese alternatieven nemen toe, alleen nog niet snel genoeg om een volwaardige oplossing te bieden Toch kunnen organisaties nu al stappen zetten om meer grip te krijgen op hun data en hun cloudkeuzes. Door bewust om te gaan met afhankelijkheden en duidelijke afspraken te maken, ontstaat een vorm van autonomie die een voorlopig antwoord biedt op de realiteit.





